(0592) 861 792 info@hoogsensitief.nl

Helft hoogsensitieve kinderen heeft problemen op school

Een klaslokaal is behoorlijk overprikkelend voor een hoogsensitief kind: het hangt vol met kleurrijke materialen, geluidjes van verwarming of tikkende pennen zijn continu aanwezig, de sociale druk van de groep is voelbaar, de geur van toilet en gymtassen dringt de klas binnen en de onverwachte boze reactie van juf of meester jaagt schrik aan. Al deze prikkels voelen hoogsensitieve kinderen en verwerken zij op hun eigen intense wijze.

Niet verrassend dus – maar wel zorgwekkend – dat de helft van alle hoogsensitieve kinderen (hsk) problemen op school ervaart. Voor hen is niet het goede leerklimaat aanwezig om zich optimaal te ontwikkelen. Dit zijn de meest voorkomende problemen.

1.Faalangst. De angst om het verkeerd te doen is groot onder hoogsensitieve kinderen. Ruim 60% heeft daar last van. Hsk verwerken alle informatie en willen het vervolgens ‘goed’ doen. De optimale-optie-ambitie noemen we dat. Als ze vermoeden dat een taak of activiteit niet goed gaat, beginnen zij er liever niet aan. Zo voorkomen zij falen. Fout maken willen ze vermijden. Dat kan zijn op cognitief gebied (bijvoorbeeld sommen die er moeilijk uit zien niet willen maken, of alleen puzzels maken die ze al lang kunnen), fysiek gebied (weigeren te oefenen met fietsen) of op sociaal gebied (geen onbekende kinderen willen aanspreken). Door hun faalangst krijgen leerkrachten niet altijd een goed beeld van de vermogens van een hoogsensitief kind. Bovendien werkt faalangst zelfversterkend, waardoor onderpresteren op de loer ligt.

2.Overprikkeling. Vier op de tien hoogsensitieve kinderen heeft zoveel last van alle prikkels op school dat hem dat belemmert. Een kind dat overprikkeld is, heeft geen controle meer over zijn gedrag. Of het ontlaadt alle prikkels in bijvoorbeeld woedeaanvallen of huilbuien. Of het kind sluit zich af voor nieuwe prikkels en wordt apatisch en onbereikbaar. Beide vormen hebben effect op hoe de leerkracht en de klasgenootjes het kind zien, waardoor het kind buiten de groep kan vallen of een onjuiste diagnose krijgt (zie voor beide hieronder).

3.Lesstof sluit niet goed aan. Hoogsensitieve kinderen zijn vaak beelddenkers. De precieze aantallen zijn niet bekend, maar recente inzichten en ervaringen wijzen erop dat dit vaak samengaat. De meeste scholen bieden lesstof echter op ‘verbale’ of ‘logische’ wijze aan. Deze twee stijlen helpen beelddenkers niet bij het leren. Hoogsensitieve kinderen leren graag vanuit het grote geheel. Ze willen weten waar ze mee bezig zijn om vervolgens de details te kunnen begrijpen. Beelden helpen hen dit overzicht te krijgen. De stijl van lesgeven ondersteunt het leerproces van hoogsensitieve kinderen dus niet goed, waardoor hun capaciteiten onderbelicht blijven. Dat is ook een reden voor het volgende punt.

H11 Toptekening

4.Onderpresteren. Doordat de leerstijl niet aansluit, door faalangst en overprikkeling komen hoogsensitieve kinderen niet altijd tot hun recht. Het kan lang duren voordat hun werkelijke talenten aan de oppervlakte komen. Soms speelt daar ook ‘aanpassen aan de groep’ een rol in. Vooral hoogsensitieve meisjes willen graag bij de groep horen en niet opvallen. Ze duiken daarom soms onder hun niveau. Ongeveer een derde van de ouders ziet dat zijn kind lager presteert op school. Vooral bij hoogbegaafde kinderen komt dit voor. Alle hoogbegaafde kinderen zijn hoogsensitief (maar niet alle hoogsensitieve kinderen zijn hoogbegaafd). Zij raken snel verveeld en hebben daarnaast ook met alle bovenstaande punten te maken.

5.Buiten de groep vallen. De aansluiting met kinderen uit de klas verloopt niet altijd goed. Vaak tot groot verdriet. Voor veel hoogsensitieve kinderen is harmonie en verbondenheid heel belangrijk. Ze doen hun best ‘erbij te horen’. Tegenstrijdig genoeg vallen ze juist door hun zorgzame en gevoelige karakter soms buiten de boot. Andere kinderen zien hierin een reden tot plagen (1 op de 5 hsk wordt gepest), waardoor het sensitieve kind zijn zelfvertrouwen of het vertrouwen in andere kinderen kwijtraakt. Ze begrijpen niet waarom andere kinderen zo onnadenkend en onaardig kunnen zijn. Hsk denken dieper over vriendschappen na. Wat kan leiden tot breuken tussen vrienden die moeilijk te herstellen zijn. Ook explosief gedrag na overprikkeling is een reden om buitengesloten te worden. Voor klasgenoten is het onvoorspelbaar en overweldigend. Het hoogsensitieve kind heeft echter geen controle over dit gedrag noch de vaardigheden om te communiceren over zijn uitbarstingen. Het onjuiste beeld van klasgenoten of leerkrachten blijft daardoor bestaan. Vaak vinden hoogsensitieve kinderen wel aansluiting bij gelijkgestemden of oudere kinderen, omdat ze bij hen wel hun (voorlijke) gedachten kunnen delen.

6.Verkeerde diagnose. Het (lastige) gedrag van een hoogsensitief kind wordt door leerkrachten niet altijd juist geïnterpreteerd. Druk gedrag na overprikkeling wordt aangezien voor ADHD, apatisch gedrag voor ADD of autisme en weinig aansluiting in de groep soms ook voor autisme. Deze vermoedens uitspreken naar een hoogsensitief kind leidt bij dat kind tot het gevoel dat er ‘iets mis is met hem’. En daarmee vaak tot een verergering van het gedrag: het wil het krampachtig ‘goed’ doen. Belandt het kind zelfs in het medische circuit dan bestaat het risico op onjuiste medicatie. Iets waar het zenuwstelsel van hoogsensitieve kinderen veel gevoeliger op reageert. Verspreiding van betrouwbare informatie over hoogsensitiviteit is daarom zeer belangrijk.

7.Met tegenzin naar school. Door dit alles gaat maar liefst één op de drie hoogsensitieve kinderen met tegenzin naar school. Terwijl kinderen en zeker hoogsensitieve kinderen, van nature leergierig zijn. Genoeg reden om te kijken hoe we school ook voor hoogsensitieve kinderen tot een prettig leerplek kunnen maken.

In het boek Hoogsensitieve kinderen meer informatie en tips over de problemen op school. Bestel hem hier.

7 Schoolproblemen Hoogsensitief Kind
7 schoolproblemen hoogsensitief kind