(0592) 861 792 info@hoogsensitief.nl

Mijn laatste stempel was een gegeneraliseerde angststoornis. Het klopt dat ik een week lang in blinde paniek heb geleefd door mijn laatste baan. Het klopt dat ik rare dingen zei als ik iets moest doen wat volledig tegen mijn natuur in ging.

 

Verkeerde diagnose

Maar dit etiketje bleek niet juist. Voor dit etiket ben ik naar een psycholoog geweest. Ik heb van tevoren een test gedaan en therapie kon beginnen. Na de tweede sessie reed ik naar huis en ik voelde me een beetje belachelijk. Ik had het gevoel dat er niets met me aan de hand was. Na mijn ‘afgang’ bij het hotel had ik verwacht weer onder mijn steen te kruipen en daar te gaan liggen wachten op wat mijn volgende keuze zou moeten worden.

Maar dat gebeurde niet. Dus na mijn 2e sessie mailde ik mijn psycholoog. Geen reactie, maar ik moest toch die week erop weer heen dus dan zou ik het dan wel bespreken.

Bij binnenkomst zei hij, “Je mailde me met de vraag; ‘heb ik wel een angststoornis?’ Maar wat denk jij?’ Dus ik zei; “ik denk het niet. Op alles wat jij mij vraagt geef ik antwoorden waardoor ik steeds meer denk, er is helemaal niets met mij aan de hand!’ “Ja”, zei hij, “dat gevoel heb ik ook.”

Dus hij zei, “doe op dit moment nog eens de test.” Dat deed ik, de score was 0. Ik had geen angst! Nul, noppes, nada! “Dan ga ik maar”, zei ik, en na 20 minuten stond ik weer buiten. Bevrijd! Want ik hoefde niet te leren leven met een angststoornis. Ik wist het al lang. Ik ben hoogsensitief en nu ga ik leren er naar te luisteren! Mijn psycholoog zei zelfs dat hij het volste vertrouwen had in mij als coach, ik moest er voor gaan! Hij zag het dus ook; gewoon een gevalletje van verkeerde diagnose?

 

Ik heb wel angst gekend in mijn leven. Heel veel zelfs. Faalangst en sociale angst. Maar terugkijkend door een hoogsensitieve bril begrijp ik nu wel waarom.

 

High school

In de tweede klas van het voorgezet onderwijs raakte ik betrokken in een “vriendschap” als 5e wiel aan de wagen. Twee beste vriendinnen en ik hing daarbij aan. Het beïnvloedde alles wat ik deed. Eén op één waren ze aardig tegen me, maar met z’n drieën hoorde ik er niet bij. Ik at mijn brood niet op omdat ik bang was dat ze niet op me zouden wachten. Als zij in de klas naast elkaar zaten en ik hoorde ze lachen en giebelen, stond ik doodsangsten uit en kon ik alleen maar denken, dit gaat over mij. Wanneer ik ’s ochtends wakker werd en ik realiseerde me dat het een schooldag werd vol met vakken waarbij zij naast elkaar zouden zitten dan wilde ik alleen maar huilen. Dat betekende namelijk dat ik alert moest zijn. Zij zouden elke keer stiekem de klas uit sluipen als de les voorbij was en ik moest dat voorzijn. Ik moest mijn tas al sneller inpakken en zorgen dat ik eerder bij de deur was. Ik wilde namelijk niet alleen gezien worden. Niet alleen zijn in de gangen, niet alleen zijn in de groep. Want wie was ik dan? Mijn zelfbeeld was lager dan laag. Ik wist niet wat mijn eigen identiteit was. Ik kon niet anders dan op anderen leunen en was daardoor ook volledig afhankelijk van hen.

Te laat

Toen kwam eens dat moment dat 1 van de meiden niet op me heeft gewacht bij het afgesproken punt. Door dat moment kwam ik te laat. Omdat ik als een trouwe hond op haar heb staan wachten. En dat wakkerde mijn angst aan. Op een donkere winterochtend fietste ik met mijn tas op mijn bagagedrager onder de snelbinders voor naar het pad. We woonden in een bos tussen de weilanden en het pad naar de weg was gemaakt van grasklinkers, behoorlijk hobbelig en 300 meter lang.

Mijn vader had vorstverlet als metselaar en was dus thuis. Hij liep met me mee naar de rand van het bos en wachtte tot hij voor aan de weg het lampje van mijn fiets zag gaan.

 

Het lampje kwam niet

Maar dat lampje kwam niet. Dus hij is in de auto gestapt en naar voren gereden. Daar trof hij mij aan. Volledig in paniek, gillend, huilend. De buurman was naar buiten gekomen, want hij dacht dat er iemand in de beek was gefietst. Maar dat was het niet! Mijn tas was door het gehobbel van het pad van mijn bagagedrager gezakt en mijn bandjes zaten vast in het wiel. Doordat het donker was kon ik de tas er niet af krijgen en ik verloor dus tijd. Ik raakte in paniek. Verlies van tijd betekende dat ik te laat zou komen op de afgesproken plek. Dat betekende dat ik alleen naar school moest fietsen, dat betekende dat ik dus weer achter de meiden aan moest lopen en ze al weer van alles besproken en besloten hadden zonder mij.

De eerste twee jaren van de middelbare school waren afschuwelijk voor me. Door onwetendheid. Doordat ik niet begreep waarom alles zo heftig bij mij binnenkwam. Doordat ik niet wist dat mijn zelfbeeld zo extreem laag was. Doordat ik niet begreep dat ik mijn eigen identiteit moest ontwikkelen.

 

De 3e klas

In de 3e klas werd het een beetje anders. Ik kwam namelijk in een klas met heel weinig meiden. En niet bij mijn oude ‘vriendinnen’. Ik dacht moet ik me laten herplaatsen? Is dat verstandig? Nee! Ik vind dit eigenlijk heel erg lekker. Ik ben nog liever alleen dan dat ik me langer laat belasten door hun vriendschap. En dat was gelijk het einde. Dat was vanaf dag één van dat schooljaar het einde van deze ‘vriendschap’. Wat had ik mezelf een jaar lang aangedaan. En zij hadden geen idee. Ik geloof niet dat het opzettelijk was. Ik denk dat meiden in hun puber/tienerjaren egoïstisch kunnen zijn, gemeen ook, ze kunnen hard zijn. Maar ik geloof niet dat het pesten was. Je kan een ander niet altijd de schuld geven van hoe bepaalde dingen in je leven zijn gelopen. Soms is het onwetendheid van beide kanten. Had ik gekozen voor mezelf en mijn eigen ik meer ruimte gegeven dan was dit misschien ook heel anders gelopen.

 

Blijf overeind

Voor een hoogsensitief persoon is het natuurlijk om een andere rol aan te nemen naar de buitenwereld. Om je anders voor te doen dan je bent om mee te kunnen komen met de wereld. Met vriendschappen, met collega’s, met klasgenoten. Je doet iets om overeind te blijven. Maar dit was niet goed. Ik heb lang gedacht dat dat de enige manier was. Je identificeren met iemand anders. Je aanpassen naar de wensen van een ander. In mijn ogen kon je geen vriendschap hebben als je niet zo was al die ander.

 

Altijd angst

Door dit aanpassen was er dus altijd angst. Angst om te falen, angst om niet gemogen te worden, angst om geen vriendschappen aan te kunnen gaan.

Wat best pijnlijk is om te zien is dat ik hetzelfde nu zie gebeuren bij mijn dochter. Ze is nog maar 6. Maar ik zie dat ze zichzelf wil aanpassen om met iedereen vriendinnen te kunnen zijn. Ze voelt pijn als een vriendinnetje opeens bevriend raakt met een ander. Ze geeft zichzelf de schuld en zegt dat ze elke dag alles fout doet. Ik ben blij dat ik nu weet waar dit vandaan komt. Ik ben blij dat ik weet dat ze hoogsensitief is met een sterke wil. Dus ik kan en zal haar helpen. Ik leer haar haar eigen identiteit te creëren. Haar eigen keuzes te maken. Haarzelf te zijn. Zodat zij niet zo angstig hoeft te zijn als ik was.

Karin Rutjes (1985) is zelf hoogsensitief en werkt als hsp coach in haar eigen praktijk (Karin & Coaching). Daarnaast is ze ook jongerencoach. Ze woont samen met haar man, dochter en zoon in Hardenberg en haar praktijk heeft ze ook daar gevestigd. Ze is gek op lezen en ook het schrijven van haar eigen blogs vindt ze geweldig om te doen. Ze hoopt dan ook nog veel blogs te kunnen schrijven voor zowel Hoogsensitief.NL als haar eigen website (www.karinrutjes.nl).