Hoogsensitiviteit in de moderne, stadse omgeving betekent: continue overprikkeling. Door de onrustige en vele geluiden, lichten, en haastig heen en weer bewegende voertuigen en mensen. Toch ervaar ik persoonlijk, als gevoelig persoon, dat mijn zenuwstelsel niet zozeer overweldigd raakt door de hóéveelheid prikkels van de stad, maar door de onnatuurlijk aard van die prikkels. Want als ik in het herfstbos, bovenop de koude wind in mijn gezicht, de vogelzang in mijn oren en de complexe herfstkleurenpracht om me heen, óók nog eens het gegons van insecten bij de bloeiende klimop gewaar word, voelt dit als een zachte streling. Dit soort bosprikkels—hoe rijker hoe beter—brengen via mijn zintuigen mijn zenuwstelsel tot rust. Eenzelfde hoeveelheid prikkels in de stad daarentegen…

Dit ontprikkelende aspect van de aangename sensaties van het bos vormt de basis voor het “bosbaden” – wat ze in Japan “Shinrin-yoku” noemen. Het is een beetje hip aan het worden, en dat is niet zo gek, in onze overspannen samenleving. “Bosbaden” betekent trouwens niet dat u letterlijk een bad vol water meesleept naar het bos en uzelf daarin vervolgens grondig gaat schrobben. En ook de vele bosbadcoaches die Nederland tegenwoordig rijk is (waarvan velen warempel gecertificeerd) nemen geen bad voor u mee. Het bos is het bad. Figuurlijk dan.

Een bosbad nemen kan liggend of lopend, kruipend of staand, om u heen kijkend of met gesloten ogen. Soms hangt er voor de deelnemer van een heuse Shinrin-yoku workshop een hangmat klaar. Al wiegend in de wind wordt u aandacht gegidst (door een al dan niet gecertificeerde bosbadcoach), weg van uw overspannen gedachtes, toe naar de kabbelende geluiden en geuren om u heen, van interoceptie naar exteroceptie. Óf al wandelend word u verteld om uw ogen te blijven bewegen, zodat uw zorgen verdwijnen in de continue visuele stroming van alle natuurlijke vormen en kleuren.

En ergens kunt u denken (en dacht ik zelf tot voor kort): wat is er nou zo bijzonder aan deze bezigheid dat het zijn eigen woord verdiend? Kunnen we dit niet gewoon “van het bos genieten” noemen?

Bosbaden valt ook zeker binnen het “van het bos genieten”. Wat het net iets anders maakt dan “gewoon” door het bos wandelen of “gewoon” op een kleedje op het mos wegdromen is dat er iets meer bewustzijn mee gepaard gaat. Het gaat overigens nadrukkelijk niet om het intellectuele aspect – de studie van de planten, dieren, schimmels en hun onderlinge relaties. Veel meer dan natuurstudie, gaat bosbaden over natuurbeleving. De bosbelever verbindt zintuiglijk – niet verstandelijk – met het bos. Het bos wordt daardoor ervaren als geheel. Het hoeft niet ontleed of anderszins geanalyseerd te worden.

En dit brengt ons op waarom het bosbaden juist nu in populariteit toeneemt. Bosrecreatie is niet nieuw. Natuurvorserij is niet nieuw. Wat nieuw is is de mate waarin de menselijke geest en cultuur gedomineerd worden door het type aandacht die volgens Ian McGilchrist in de linkerhersenhelft huist: doelgericht, jachtig, detailgeorienteerd. Wat nogal in het verdomhoekje is geraakt zijn de eigenschappen die volgens McGilchrist meer in de rechter hersenhelft huizen: context, overzicht, verbinding.

Het is fantastisch dat we de twee soorten aandacht hebben waar McGilchrist het over heeft. Dit stelt ons in staat om bijvoorbeeld gefocust naar voedsel te zoeken terwijl we tegelijkertijd onze eigen positie in het voedselweb en de sociale context in de gaten houden. We kunnen onze doelen bereiken zonder intussen zelf voedsel of uitgestotene te worden.

Wat er volgens McGilchrist is misgegaan is dat we sinds de Verlichting en nóg veel meer sinds de industriële revolutie het relatieve gewicht van deze twee cerebrale hemisferen om hebben gedraaid: de linker hemisfeer is van afgezant – emissary – opgeklommen tot de rol van meester – the master. De titel van McGilchrist’s boek uit 2009 – The Master and His Emissary – duidde op een parabel waarin de meester veel verantwoordelijkheden voor het dagelijks reilen en zeilen van een rijk delegeert aan een afgezant, zodat de meester zich niet teveel hoefde te verliezen in details. De afgezant, als echte technocraat, begint zich te verbeelden dat hij, met de opgedane inhoudelijke kennis en ervaring, net zo goed of zelfs beter zélf het rijk kan besturen, en de meester wordt afgezet. De resulterende tegenspoed wordt veroorzaakt door het gebrek aan wijsheid van de afgezant, die onvoldoende oog voor het geheel heeft; waarheden worden over het hoofd gezien door feiten; slimmigheid valt in voor wijsheid.

‘Our talent for division, for seeing the parts, is of staggering importance – second only to our capacity to transcend it, in order to see the whole’

Ian McGilchrist

Wanneer McGilchrist het over het meer transcendente geheel heeft, heeft hij het níét over een overkoepelend narratief. Het is dan ook niet zijn bedoeling dat zijn boeken (met name The Master and His Emissary (2009) en The Matter With Things (2021)) gelezen worden als een Grand Theory of Everything. Het gaat hem er juist om de aandacht van de lezer – die zo ondergeschoven aandacht van de rechter hersenhelft – te richten op de transcendente waarheid waar zijn verhaal naar wíj́st; per zijn wereldbeeld kan geen enkel verhaal de volledige waarheid zijn.

Mijn hoop is dat deze kleine intellectuele omweg aangaande hemisferische dualiteit u als lezer kan helpen uw linkerhersenhelft ervan te overtuigen dat het een goede en gezonde bezigheid is om regelmatig de aandacht te ontspannen door in de plezierige bos-context in de prikkels in het hier en nu op te gaan in plaats van deze aandacht voort te laten stuwen door de vaak onwillekeurige, continue gedachtenstroom die fingeert als een soort grauwige mist tussen onszelf en onze umwelt. Bij het bosbaden gebruiken we bewust de aandacht van de linkerhersenhelft om de achtergrond naar de voorgrond te verplaatsen.

Naast dit intellectuele handvat, bied ik ook graag een wat praktischer handvat, want uw linker-hersenhelft wil waarschijnlijk dringend weten: hóé kom ik van die toestand van onrustige doelgerichtheid tot dat felbegeerde gevoel van vredige verbondenheid?

De simpelste manier om uw jachtige aandacht tot rust te brengen is door haar gericht te strelen met de weelderige stroom van aangename prikkelingen om u heen in het bos. Om deze stroom op gang te houden (en niet de piekerige gedachtenmuur te laten herrijzen), hoeft u enkel maar uw ogen in beweging te houden. Zolang uw ogen bewegen en nergens “tot rust komen”, is er wél ruimte voor waarneming, maar niet voor nadenken. Blijf actief kijken (dus niet naar één punt turen) om het bos beter tot u door te laten dringen.

En misschien merkt u het ook: in het bos is gevoeligheid een gave.

Rowan Rodrik van der Molen (1982) zijn dagelijkse leven speelt zich af in een permacultuurproject op het Portugeze platteland. Als hij in Nederland is brengt hij zoveel mogelijk tijd door in zijn ecologische bostuin bij zijn vakantiehuisje: De Schuilplaats, in Norg. Dat voelt voor hem als het werken aan een levend kunstwerk. Extra leuk omdat hij het huisje ook verhuurd en de paradijselijke omgeving mensen écht helpt om te ontspannen. Hij schrijft met enige regelmaat korte stukjes over de natuur rondom dit huisje in het bos op: https://www.schuilplaats-norg.nl/

Please follow and like us:

Pin It on Pinterest