(0592) 861 792 info@hoogsensitief.nl

Het was een drukke dag, maar je hebt toch de moeite genomen een gezonde maaltijd te koken. Aardappelen met doperwten, dat lusten je kinderen wel. En deze keer heb je hun favoriete vlees erbij gedaan; een hamburger. Maar eenmaal aan tafel loopt het toch allemaal anders. “De doperwten zien er heel anders uit” gilt je zoon. Die wil hij niet. Het zijn doperwten uit de vriezer in plaats van uit blik. Dat hij het verschil ziet! “Neem eerst maar een stukje hamburger”, stel je voor, maar die is nog veel te heet volgens hem. Een regelmatig terugkerende ergernis, want meestal wacht hij zo lang tot het afgekoeld is, dat jullie zelf allang klaar zijn. “Eet nou maar gewoon”, zeg je geprikkeld. Resultaat: een huilend kind. En huilt er één dan huilt de ander al snel mee.

Is dat herkenbaar? Hoogsensitieve kinderen zijn vaak slechte eters. Uit het boek “Hoogsensitieve kinderen”  blijkt dat twee derde van de dreumesen en peuters matig eet. Dit is veel meer dan andere kinderen (een kwart van de kinderen onder de 3 blijkt uit onderzoek).

Het meest genoemde probleem (29%) is dat kinderen niets eten als ze het niet kennen. Waarom doen hoogsensitieve kinderen dat? Ze houden van ‘vertrouwd’ omdat dat ‘onbekende’ veel prikkels oplevert. Dat smaakt, ruikt en voelt anders. Allemaal prikkels die verwerkt moeten worden.
Met het hele gezin aan tafel leidt ook tot veel indrukken en aan het einde van de dag heeft het kind al veel prikkels moeten verwerken. Onbekend eten kan hierdoor leiden tot overprikkeling.

Vast ook herkenbaar:
‘Stukjes’ in het eten vinden ze vies (23%). Hoe lekker ze de onderdelen ook vinden. “Ik lust geen stukjes”.
Of alle ingrediënten moeten los gegeten worden (20%). De pasta zonder saus. Vlees en groenten apart. “Het vlees raakt de saus, dit hoef ik niet meer”.
Geen eten met sterke of scherpe smaken willen eten (15%). “Dat eten prikt”.
De achtergrond van deze verschijnselen ligt in het willen beperken van prikkels. De mond is een zeer gevoelig zintuig voor veel hoogsensitieve kinderen. Verschillende smaken of texturen bij elkaar leveren extra prikkels op. Ingrediënten los eten beperkt dit.

Soms zijn gezinnen in een negatieve spiraal gekomen.
Het kind eet weinig > De ouders zijn bang dat het te weinig (vitamines) binnenkrijgt en dwingen kind tot eten > Het kind raakt overprikkeld > Hij/zij wordt boos of gaat huilen > De sfeer aan tafel is slecht > Het kind eet nog minder > De ouders maken zich meer zorgen.

Dé tip is dus overprikkeling te voorkomen. Dit kan als volgt:

  1. Kondig de maaltijd op tijd aan zodat je kind kan omschakelen;
  2. Bewaar rust aan tafel;
  3. Stel regels zodat je kind weet wat het kan verwachten. Dit geeft hem veiligheid. Zowel regels over sociale omgang als over een minimale portie;
  4. Wees consequent. Het kost tijd om gedrag te veranderen. Gun je kind die tijd, maar blijf consequent jouw regels herhalen;
  5. Houd rekening met de voorkeuren van je kind. Als dat past binnen jouw regels, buig je mee met de voorkeuren van je kind. Het is echt gevoelig voor smaken. Dat is geen aanstelgedrag. Rekening houden met sommige verzoeken stimuleert het eten;
  6. Zorg dat je kind eten niet als straf ervaart. Als corrigeren en straffen vast onderdeel van jullie etenstijd zijn, dan gaat je kind opzien tegen het eten. Je komt dan in een negatieve spiraal terecht. Beloon liever goed gedrag en besteedt aandacht aan een goede sfeer.

Hoe gaat het bij jou aan tafel? Welke ‘eisen’ heeft jouw kind? Hoe ga je daarmee om? Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen.

Meer over dit onderwerp lees je in: “Hoogsensitieve kinderen“, hoofdstuk 9.