(0592) 861 792 info@hoogsensitief.nl

Wanneer ben je hoogsensitief en wanneer heb je autisme? Dat onderscheid is niet glashelder en leidt dan ook tot veel discussies. De klachten waar een hoogsensitief persoon en iemand met autisme mee te maken krijgen, lijken namelijk op elkaar. Beide bemerken veel stimuli – zoals geluid en licht – en raken daardoor overweldigd. Beide hebben daarnaast vaak moeite met veranderingen.

 

Onderliggende oorzaak

De onderliggende oorzaak van deze overeenkomsten is echter verschillend. Ik denk dat het verhelderend is om meer naar die achtergronden te kijken dan naar de symptomen. Eén recent onderzoek dat licht kan werpen op de verschillen is het onderzoek van Bianca Acevedo, Elaine Aron, Sarah Pospos en Dana Jessen (2018). Ze hebben heel veel breinonderzoeken opnieuw geanalyseerd om zicht te krijgen op de verschillen tussen het hoogsensitieve brein en het brein van mensen met autisme.

 

Uniek

Natuurlijk is elk mens uniek. Dé hoogsensitieve persoon bestaat niet, evenals dé mens met autisme. Maar zowel hoogsensitiviteit als autisme hebben elk een gemeenschappelijke kern. Een aantal kenmerken die ieder binnen die groep heeft. Acevedo en collega’s analyseerden in hun onderzoek of die verschillen terug te zien zijn in de hersenen.

 

Onderzoek

Bianca Acevedo, Elaine Aron, Sarah Pospos en Dana Jessen constateren dat de eigenschap Hoogsensitiviteit soms verward wordt met schijnbaar vergelijkbare diagnoses. De overeenkomst is de gevoeligheid voor prikkels, of algemener gezegd: de over- of onder-reactiviteit op stimuli. Daarom bekeken ze hersenonderzoeken naar Sensory Processing Sensitivity (SPS – de wetenschappelijk naam voor Hoogsensitiviteit), Autisme (ASS), Schizofrenie (Sz) en Post-Traumatische StressStoornis (PTSS). Ze hebben 27 (review-)artikelen geanalyseerd. In dit blog vat ik hun bevindingen samen ten aanzien van de verschillen tussen hoogsensitiviteit en autisme.

 

Overeenkomst

Voordat ik in ga op de verschillen die ze constateren, is het ook interessant of er overeenkomsten zijn. Dit geeft zicht op hoe gevoeligheid voor prikkels in de hersenen tot stand komt. De onderzoekers constateren dat bij alle vier deze hersengebieden geactiveerd werden: de caudate – betrokken bij beloningen-, de thalamus-cingulate-curcuit – betrokken bij aandacht, en het Default Mode Netwerk – betrokken bij reflectie en bewegings- en cognitieve controle.

Mogelijk hangen deze hersengebieden samen met het verwerken van prikkels.

 

SPS is meer dan sensorische gevoeligheid

Vaak wordt hoogsensitiviteit vooral gezien als prikkelgevoeligheid. Het opmerken van prikkels als: licht, geluid, emoties van anderen, kleine veranderingen, subtiele geuren. Hoe meer last je van die prikkels hebt, hoe hooggevoeliger je bent, denken mensen. Daar komt ook de (onjuiste) stelling uit voort dat autisme een vorm van hoogsensitiviteit zou zijn. Dat doet de aandoening ASS evenals de eigenschap SPS geen recht. Er zijn veel meer aspecten van belang.

Een korte omschrijving: Hoogsensitiviteit is eigenschap die, volgens Acevedo, gekenmerkt wordt door:

  1. Diepgaande verwerking
  2. Waarnemen van subtiele details
  3. Snel overprikkeld raken
  4. Sterkere emotionele reacties (zowel positief als negatief)
  5. Empathie in reactie op signalen van anderen

In het kort kun je dit samenvatten als het waarnemen van subtiele details, deze diepgaand verwerken en intens op reageren.

Hoogsensitieve brein

Uit de analyse van Acevedo en haar collega’s blijken bepaalde hersengebieden specifiek bij hoogsensitieve mensen sterker geactiveerd te worden. Het gaat om gebieden die betrokken zijn bij deze functies:

  • Reguleren van beloningen (op positieve stimuli) (VTA, SN)
  • Hormonale/fysiologische balans en pijncontrole (hypothalamus en periaqueductal gray (PAG))
  • Zelf-ander-bewustzijn, empathie (IFG, insula en TPJ)
  • Bewustzijn en zelf-reflectie (IFG en TPJ)
  • Zelf-controle (PFC)

De IFG (Inferior Frontal Gyrus), Insula en TPJ (Temporoparietal Junction) zijn betrokken bij het spiegelneuronennetwerk en zijn daarmee van belang bij inlevingsvermogen. Uit het onderzoek blijken die gebieden bij hoogsensitieve mensen dus sterker geactiveerd te zijn.

De conclusie die de onderzoekers trekken is dat deze resultaten onderbouwen dat een belangrijk verschil tussen SPS en de onderzochte diagnoses is dat hoogsensitieve mensen consciëntieuzer zijn, diepgaand verwerken en meer empathisch vermogen hebben.

Het ASS brein

Uit de analyses van acht (review-)artikelen op het gebied van autisme (high-functioning autism is buiten beschouwing gelaten), waar vele breinonderzoeken in verwerkt zijn, concluderen de onderzoekers dat autisme op een aantal cruciale punten afwijkt van hoogsensitiviteit.

“Door een gedisreguleerde respons in de hippocampus, insula en DMN wordt de integratie van informatie en het geheugen verstoort. Bovendien komt er minder beloning in de hersenen vrij bij positieve stimuli, is er een gebrek aan empathie, kalmheid en zelf-controle. Bovendien worden goedaardige stimuli al snel als een dreiging geïnterpreteerd”.

Die resultaten zijn aan specifieke hersengebieden af te lezen. De beloning uit sociale stimuli lijkt verminderd te zijn in de hersenen van mensen met autisme door een verminderde activatie van de VTA, amygdala, hypocampus, hypothalamus en PAG. De verminderde zelf-ander-verwerking en afgenomen empathie is af te lezen uit de verminderde activatie van de IFG, FG, insula en AG: allen onderdeel van het spiegelneuronennetwerk.

Hierin zien de onderzoekers een onderbouwing van de kernkarakteristieken van autisme zoals die in wetenschappelijke literatuur worden beschreven: problemen in de sociale communicatie, gebrekkige empathie, beperkte interesses en repetitieve gedragingen.

 

Empathie

Volgens de onderzoekers is het vermogen tot empathie één van de grote verschillen tussen hoogsensitiviteit en autisme. Op Nederlandse fora wordt deze conclusie nog al eens in twijfel getrokken op basis van verschenen boeken en eigen ervaringen. Veruit de meeste wetenschappelijke literatuur, inclusief recente lesboeken, hanteren echter de visie dat problemen in de sociale communicatie en verminderde empathie één van de belangrijkste kenmerken is van autisme.
Dit onderzoek laat zien dat hersengebieden die belangrijk zijn voor het kunnen inleven in anderen, verminderd geactiveerd zijn bij mensen met ASS. Voor empathie is het belangrijk dat je gevoelens van de ander ‘voelt’; dat komt tot stand door het spiegelneuronennetwerk. Daarnaast is cruciaal dat je begrijpt wat de ander bedoelt: perspectief nemen wordt dat genoemd. Daarvoor is Theory of Mind belangrijk. Je begrijpt dan het perspectief en de intenties van de ander. Hierbij is het hersengebied TPJ cruciaal. Tot slot is ook een vorm van cognitieve controle belangrijk (in de PFC) om de juiste actie uit te voeren (zie Ward, 2017). Juist deze gebieden zijn verminderd actief of connectief bij mensen met autisme.

 

Reageren op sociale stimuli

Concluderend beschrijven Acevedo en haar collega’s de verschillen tussen autisme en hoogsensitiviteit als volgt: “Mensen met autisme lijken te verschillen van hoogsensitieve mensen in de mate waarin zij sociale en emotionele prikkels belonend vinden. En met name in hoeverre ze in staat zijn zich fysiologisch/hormonaal en gedragsmatig aan te passen aan positieve en negatieve stimuli.”

Zij zien hoogsensitiviteit als een responsieve strategie. Een strategie die bestaat uit het kunnen inzetten van empathie, bewustzijn, kalmheid en fysiologische en cognitieve zelf-controle. Daardoor kunnen hoogsensitieve personen sociale- en omgevingsinformatie diep integreren en opslaan in het geheugen. Die kennis heeft een groot voordeel in het overleven, het welbevinden en in samenwerking.

Uit dit artikel komt hoogsensitiviteit dus vooral naar voren als een aangeboren strategie om je aan te passen aan de omstandigheden. Sterkere antennes en lezen van de sociale context is cruciaal om adequaat te kunnen reageren op de situatie. En daar excelleren hoogsensitieve mensen dan ook in.

Voor mensen met autisme is het lezen van en aanpassen aan een sociale situatie juist lastig. De precieze oorzaak van de aandoening autisme (ASS) is overigens nog steeds onderwerp van onderzoek. Waardoor het onduidelijk blijft wat symptoom en wat oorzaak is.

 

Samenvattend

Veel meer dan gevoeligheid voor prikkels, is hoogsensitiviteit dus een manier om informatie te verwerken. Hoogsensitieve mensen registreren meer stimuli, zijn zich bewust van wat die informatie betekent voor de sociale context en bereiden zich (lichamelijk en mentaal) voor op de actie die ze moeten ondernemen. Die andere manier van verwerken is terug te zien in hersenscans. Het brein verschilt van mensen met autisme in het kunnen lezen van, inleven in en aanpassen aan sociale situaties. Dit onderzoek biedt hopelijk een handvat voor het onderscheiden van hoogsensitiviteit ten opzichte van autisme.

 

Samenvatting van:
Acevedo, Aron, Pospos, Jessen (2018), The functional highly sensitive brain: a review of the brain circuits underlying sensory processing sensitivity and seemingly related disorders, Phil. Trans. R. Soc. B 373:20170161.

HSP brein versus ASS brein