(0592) 861 792 info@hoogsensitief.nl

Na een turbulente levensfase eind jaren 80 (zie vorige blog) kwam ik in rustiger vaarwater. Annemarie en ik bouwden een nieuw bestaan op.

Over de grens
Op mijn werk nam ik gas terug. Ik begon met bowlen wat een grote hobby werd. Ik werd medio negentiger jaren gevraagd voor de strategieafdeling van het ministerie (LNV) waar ik werkzaam was. Ik twijfelde maar deed het toch. Ik was deel van een fijn team maar de inhoud van dat werk vergde veel van me. We zaten dichtbij de politiek. Ik kon ik niet goed tegen dat harde krachtenveld. Een varkenspest uitbraak bracht LNV in 1997 in rep en roer. Door mijn intuïtie voorvoelde ik de crisis die een breuklijn voor LNV bleek. Ons team had mede de rol om die “op te lossen”. Ik haalde alles uit de kast. De stress bouwde zich bij me op. Vooral 1997 en 1998 tikten aan. In de loop van 1998 schoot mijn hoofd tijdens het bowlen soms ongecontroleerd naar rechts. Wat eerst grappig leek werd steeds hinderlijker.

Opnieuw kwam ik terecht in een toestand die psychologen “overstretch” noemen. Terugkijkend zie ik de dubbele kant van mijn hooggevoeligheid. Enerzijds was er het “antenne”-talent waardoor ik kon waarnemen en duiden waardoor het ministerie in haar crisis vastliep. Anderzijds zie ik dat die me compleet opslokte. Ik kon niet rusten voordat die varkenspestcrisis “opgelost” werd. Jarenlange stress had zich opgestapeld en eiste nu zijn tol. Ik was over mijn grenzen gegaan.

Gezondheidscrisis
In de lente van 1999 meldde ik me bij de bedrijfsarts. Diagnose: burn-out verschijnselen. Ik hoefde voorlopig niet te werken wat me opluchtte. Maar ik knapte niet op. Mijn hoofd schudde steeds meer of schoot onvrijwillig naar rechts, soms in dwangstand. Ik verkrampte steeds meer. Ik moest stoppen met bowlen. Later ook met autorijden. Begin 2000 werd ik doorverwezen naar een neuroloog. Die stelde de diagnose: Torticollis Spasmodica (TS). Een zeldzame aandoening. Ik vond op internet sombere verhalen van lotgenoten. Dat gaf weinig hoop op herstel. Toch zocht ik dóor. Ik kreeg een cruciaal advies uit de VS, te weten zeer specifieke lichamelijke oefeningen. Die sloegen aan. De ergste symptomen verminderden.

Wat ook hielp was dat ik begon te begrijpen waarom TS bij mij ontstaan was. Langdurige overspanning hadden vooral mijn schouder- en nekspieren vastgezet. Mijn gevoeligheid versterkte dit. Medio 2000 hervatte ik voorzichtig het werk en begon mijn reïntegratieproces van 3 jaar. Ik nam me vast voor om mijn werk anders te benaderen. Hoewel mijn geest altijd grenzen opzoekt ging ik nu meer “achter” de mensen staan.

In deze levensfase liep ik tegen een muur aan. Ik zag eerst geen uitweg. Maar toen ik begreep waarom juist ik met mijn gevoelige karakter torticollis kreeg vond ik een nieuw perspectief. Ik kende “officieel” het begrip hooggevoeligheid nog niet maar voelde wel aan dat hier de crux lag. Als gevolg van deze crisis deed ik een stap terug en gaf ik mezelf meer ruimte. En ik lette beter op mezelf; “zelfmanagement” noem ik dat. De torticollis verdween merendeels naar de achtergond.

Ruimte voor persoonlijke creativiteit
Begin 2002 zette ik een eigen, interactieve website op over mijn kwaal. Ik beschreef meerdere oorzaken van de aandoening waaronder vanaf 2003 hoogsensitiviteit. Ik kreeg veel reacties en hoorde legio verhalen van lotgenoten. Voor mij de bevestiging dat hooggevoeligheid een belangrijke rol kan spelen bij deze aandoening. Ook pakte ik een sluimerende fotografie hobby op die nu tot bloei kwam. We lieten een chaletje bouwen dat we in de weekenden en vakanties gebruikten. Ook hierin gaf ik mezelf ruimte. Ik verbond mijn creativiteit veel meer met mijn persoonlijk leven. Omstreeks 2003 attendeerde een nieuwe collega me op het verschijnsel hsp. Door de inzichten hieruit begreep ik de ups en downs van mijn levensloop des te beter inclusief de breuklijnen daarin.

Rob Oele (63) kijkt als HSP’er terug op zijn leven. Met name belicht hij de breuklijnen uit zijn levensloop die pijnlijk waren maar waarachter toch telkens weer een nieuw perspectief opdook. Eerder schreef hij over gebeurtenissen in de periodes als kleuter, schoolkind, student en werkende, gescheiden man.