(0592) 861 792 info@hoogsensitief.nl

Als je kind iets stouts doet, moet het gestraft worden. Toch? Ja, een kind moet weten wat de grenzen zijn. Maar vaak leert je kind weinig van straf. Elke keer weer hetzelfde gedrag. Je wordt er moedeloos van. Gisteren hebben we hem nog gestraft en voelde hij zich schuldig en vandaag doet hij weer precies hetzelfde. Moet ik dan nog zwaarder straffen?

In mijn begeleiding van ouders met hoogsensitieve kinderen kom ik deze verzuchting regelmatig tegen. Waarom herhaalt een kind, dat heel goed begrijpt dat iets niet mag, toch steeds weer dat probleemgedrag?

Het antwoord daarop is simpel: het kan (nog) niet anders.

Probleemgedrag

Laten we teruggaan naar het begin. Hoe ontstaat het problematische gedrag? Dat ontstaat niet omdat een kind vervelend wil zijn. Bij veel hoogsensitieve kinderen ontstaat het uit overprikkeling. Zij krijgen meer prikkels binnen dan anderen en op een gegeven moment wordt dat teveel. Ze kunnen dat niet meer verwerken. Komt er toch nog wat binnen, doordat jij wat zegt bijvoorbeeld, dan slaat je kind ‘op tilt’. Het heeft dan geen controle meer over zijn gedrag en ontlaadt zich heftig. Bijvoorbeeld in woedeuitbarstingen of huilbuien. Op zo’n moment hoort je kind ook niet meer wat jij zegt. Pas als het rustig is, kun je weer communiceren.

Een andere reden kan zijn dat je kind een heftige emotie heeft die het niet goed kan uiten. Als het bijvoorbeeld teleurgesteld, verdrietig, zenuwachtig, bang of jaloers is,  weet hij niet altijd hoe hij dat moet zeggen. De emotie komt er dan in vervelend gedrag uit.

Machteloos

Wat gebeurt er als je je kind straft voor zijn gedrag? Je kind voelt zich nog machtelozer. Zijn overprikkeling en zijn emoties worden nog heftiger. Dat lokt bij jou weer een sterkere reactie uit en zo zit je in een vicieuze cirkel die eindigt in tranen bij jullie beide (want ook jij voelt je machteloos). Zelfs in het meest positieve scenario dat je kind wel luistert ben je alleen met korte-termijn bijsturing bezig, maar los je niet het onderliggende probleem op. Je kind leert niet om te gaan met prikkels noch zijn gevoelens te uiten. De volgende keer zal hij dus weer hetzelfde reageren; hij weet niet beter.

Begrijp mij

Als we voelen dat de ander ons niet begrijpt, blijven we (onbewust) proberen alsnog dat begrip te krijgen. We willen ons begrepen voelen. Zo werkt het ook met je kind. “Ja, maar snappen ze dan niet dat het gewoon oneerlijk is?” zou je kunnen horen als je in zijn hoofd kijkt tijdens een boze bui. Jouw opmerkingen dat hij niet met de deuren moet slaan, maken hem dan alleen maar bozer.

Heb begrip voor de teleurstelling, de angst of de jaloezie. Dat zorgt het ervoor dat hij niet meer hoeft te strijden om zijn gelijk te halen. Daardoor kan hij ook weer luisteren naar wat jij te zeggen hebt. Begrip zorgt dus voor verbinding. Begrip haalt de angel uit een situatie. Van daaruit kan het echte opvoeden beginnen. Dat is pas het moment dat je de regels kunt handhaven.

Begrenzen vanuit begrip

Ontoelaatbaar gedrag corrigeren is absoluut nodig. Een kind moet leren wat wel en niet geaccepteerd wordt. Bovendien geven grenzen hem veiligheid. Straf werkt vaak niet. Reageren vanuit begrip wel. Om dat concreet te maken heb ik de BABA-methode ontwikkeld.

 

Als je kind iets stouts doet, moet het gestraft worden. Toch? Ja, een kind moet weten wat de grenzen zijn. Maar vaak leert je kind weinig van straf. Elke keer weer hetzelfde gedrag. Je wordt er moedeloos van. Gisteren hebben we hem nog gestraft en voelde hij zich schuldig en vandaag doet hij weer precies hetzelfde. Moet ik dan nog zwaarder straffen? Waarom herhaalt een kind, dat heel goed begrijpt dat iets niet mag, toch steeds weer dat probleemgedrag?  Het antwoord daarop is simpel: het kan (nog) niet anders.