(0592) 861 792 info@hoogsensitief.nl

Sensorische informatieverwerking en hoogsensitieve kinderen

Sensorische informatieverwerking is de wetenschap over de wijze van prikkelverwerking. Aangezien hoogsensitieve kinderen veel prikkels waarnemen, is de kennis uit de Sensorische Informatieverwerking (SI) interessant.

Jean Ayres kan gezien worden als een grondlegger van het vakgebied rond sensorische informatieverwerking. Andere veel gebruikte termen zijn sensorische integratie of Sensory Processing Disorders (SPD). Bij dat laatste gaat het alleen om de stoornissen die ontstaan vanuit de prikkelverwerking.

Zintuigen

Ayres beschrijft in haar werk dat elke prikkel geregistreerd, gemoduleerd en gediscrimineerd moet worden. Die prikkels komen binnen via de zintuigen. De zintuigelijke systemen die SI-therapeuten in kaart brengen zijn:

  • Auditief
  • Visueel
  • Smaak
  • Reuk
  • Tast
  • Vestibulair
  • Proprioceptief

De laatste twee nemen interne prikkels waar (vanuit het lichaam). Het vestibulaire systeem is het evenwichtsorgaan. Het proprioceptieve systeem neemt de houding van spieren en gewrichten waar.

 

Registratie

Sommige kinderen registeren weinig prikkels. Zij hebben een hoge drempel als het ware. Dit kan moeilijkheden geven als ze bijvoorbeeld niet snel genoeg geattendeerd worden op gevaar, of als ze niet voelen dat ze nat of vies zijn of naar het toilet moeten. Er zijn ook kinderen met een lage drempel. Ze registeren veel van de prikkels die op hen afkomen. Daardoor kunnen ze van slag raken door harde geluiden, fel licht of sterke smaken.

Modulatie

Ayres beschreef in haar werk dat kinderen verschillen in de reactie die ze hebben op de prikkels die ze binnenkrijgen. Winnie Dunn heeft hierop voortgeborduurd en ziet twee zelf-regulerende strategieën. Kinderen die een passieve strategie hanteren laten de prikkels over zich heen komen. Zij zijn vooral reactief. Kinderen met een actieve strategie proberen invloed uit te oefenen op de prikkels. Dat kan door prikkels op te zoeken, maar ook door ze bewust te vermijden.

Kinderen die last hebben van harde geluiden kunnen zelf veel lawaai gaan maken. Zo overstemmen ze de geluiden waar ze geïrriteerd van raken. Ze hebben dus een actieve strategie. De kinderen met een passieve strategie gaan bijvoorbeeld huilen door hard geluid of leggen hun handen over hun oren.

[Bron: Dunn]

Vier typen

Dunn heeft vier typen strategieën onderscheiden met betrekking tot omgaan met prikkels. Op de verticale as staat hoe gevoelig kinderen zijn voor prikkels. Hebben ze een hoge drempel en voelen ze dus minder. Of hebben ze een lage drempel en komen er veel prikkels binnen?

Op de horizontale as heeft ze de strategieën gezet: een passieve strategie versus een actieve. Een kind kan verschillende strategieën hanteren op verschillende gebieden.

  1. Low registration / gebrekkige registratie: deze kinderen krijgen prikkels (te) laat binnen. Ze missen daardoor soms informatie. Ze zijn passief in hun strategie. Ze hebben het vaak nodig om aangeraakt en heel direct aangesproken te worden om de aandacht erbij te houden
  2. Sensory sensitivity / sensorische gevoeligheid: ze merken veel op en raken daar makkelijk overprikkeld door, waardoor ze prikkelbaar kunnen worden, veeleisend of boos.
  3. Sensation-seeking/ prikkels opzoeken: deze kinderen registeren weinig prikkels, maar zoeken ze op om toch plezier te halen uit het ervaren van prikkels. Op tactiel gebied kunnen ze bijvoorbeeld alles aanraken. Op auditief gebied kan het zijn dat ze voortdurend geluid maken tijdens het spelen.
  4. Sensation avoiding/ prikkels vermijden: deze kinderen zijn steeds bezig de prikkels te vermijden waar ze gevoelig voor zijn. Ze ervaren veel en dat reguleren ze door de stimuli uit de weg te gaan. Ze gaan bijvoorbeeld weg uit drukke ruimtes. Aan tafel kan je dit type herkennen doordat ze veel voedsel weigeren te eten.

 

Welk type is een hsk?

Door de gebruikte termen zou je wellicht verwachten dat hoogsensitieve kinderen passen in het vakje ‘sensory sensitivity’. Dat is echter niet het volledige antwoord. Het is wel duidelijk dat hoogsensitieve kinderen een lage sensorische drempel hebben. Zij nemen meer prikkels waar. Ze kunnen echter variëren in strategie. Ze kunnen inderdaad prikkelbaar worden zoals hierboven onder punt 2 beschreven staat. Als ze overprikkeld raken kunnen ze dat ontladen in boze buien. Daarnaast kunnen hoogsensitieve kinderen echter ook een actieve strategie gebruiken. Ze kunnen situaties gaan vermijden omdat ze niet tegen de prikkels kunnen: bijvoorbeeld een bioscoop of een kermis (type 4). Echter hoeft het niet alleen om vermijden te gaan. Ook actief opzoeken van prikkels zie je onder hoogsensitieve kinderen.

Volgens het schema van Dunn zou het alleen passen bij kinderen die weinig registreren. Maar in de praktijk zijn er genoeg hoogsensitieve kinderen die juist prikkels opzoeken. De term ‘sensation seeking’ leidt tot extra verwarring, omdat het in de psychologische literatuur ook gebruikt wordt voor de eigenschap High Sensation Seeking (HSS). Deze mensen hebben behoefte aan nieuwe ervaringen en sensaties. Aron heeft laten zien dat de eigenschappen hoogsensitiviteit en sensatiezoeken ook samen kunnen gaan. We noemen dat de HSP /HSS (zie ook dit blog).

 

Comfortzone

Sensorische modulatie is het vermogen van het zenuwstelsel om een comfortzone te reguleren waarin je kunt omgaan met de uitdagingen van de dag. In de optimale toestand van arousal is je aandacht gericht op dat wat je moet doen. Sommige kinderen raken snel uit die optimale toestand. Of ze worden hyperalert, waardoor ze door allerlei andere dingen afgeleid worden. Of ze worden juist wat dromerig en hebben daardoor geen aandacht. Zij hebben een smalle strook van optimale arousal. Het kan dan ook moeilijk zijn om de aandacht van deze kinderen vast te houden. Door beweging is de mate van alertheid te beïnvloeden. Therapeuten op het gebied van sensorische informatieverwerking hebben allerlei oefeningen om die staat van arousal te beïnvloeden. Ook hebben ze interventies die het kind helpen bij het verwerken van sensorische informatie.

 

Problemen met sensorische informatieverwerking

Als de verwerking van prikkels niet goed verloopt kan een kind problemen ervaren. Er zijn drie soorten:

  • Kinderen met sensorische modulatieproblemen regeren te sterk of juist te weinig op prikkels
  • Kinderen met sensorische discriminatieproblemen, kunnen de binnenkomende prikkels moeilijk van elkaar onderscheiden.
  • sensomotorische problemen. Een kind met sensomotorische problemen kan de zintuigelijke waarneming niet goed afstemmen op de motorische beweging. Ze bewegen bijvoorbeeld onhandig of stoten zich vaak.

Hoogsensitieve kinderen

Het vakgebied van sensorische informatieverwerking brengt inzichten die ook voor hoogsensitieve kinderen relevant zijn. Sommige kinderen zullen ook baat hebben bij begeleiding door een SI therapeut. Hoogsensitiviteit is echter een eigenschap die meer omvat dan gevoeligheid voor prikkels. Intense verwerking is het onderscheidende kenmerk. Dat betekent dat hoogsensitieve kinderen diep nadenken over de betekenis van de informatie die zij binnen krijgen en risico’s en gevolgen zullen afwegen voordat zij een beslissing nemen. Hulpverleners gespecialiseerd in hoogsensitiviteit kunnen kinderen (en hun ouders) helpen om te gaan met hun eigenschap, zodat zij weten hoe ze deze in hun voordeel kunnen inzetten.