(0592) 861 792 info@hoogsensitief.nl

Hoogsensitiviteit. Een eigenschap waar de meeste mensen inmiddels weleens van gehoord hebben. En een oordeel over hebben. Dat is zweverig. En je kunt het beter niet zijn!

Onterecht zo blijkt uit de wetenschappelijke bevindingen over hoogsensitiviteit. Dat maar weinig mensen dat weten is begrijpelijk, want hoogsensitiviteit is nog niet zo lang onderwerp van onderzoek. Pas in 1997 introduceerde Elaine Aron het begrip “Sensory-Processing Sensitivity (SPS)”, de wetenschappelijke term voor hoogsensitiviteit.

Geen nieuwe eigenschap

Dat betekent niet dat hoogsensitiviteit een nieuwe eigenschap is. Het heeft altijd al bestaan en er is in veel wetenschappelijk onderzoek over geschreven. Alleen kreeg het vaak andere namen. Dr. Aron heeft als eerste alle kennis gebundeld en in samenhang beschreven.

Definitie

Er is, omdat het nog een jong onderzoeksgebied is, nog geen definitie die iedereen gebruikt. Ik neem je mee langs de invloedrijkste onderzoeksters op dit gebied.

Elaine Aron hanteert op basis van haar vele onderzoeken de definitie: “Een aangeboren temperament met de strategie om informatie zorgvuldig te verwerken alvorens te handelen, dat resulteert in een besef van subtiele verschillen en in snel overprikkeld raken” (Aron, 2010).

Van Hoof (2016), klinisch psychologe, geeft in haar boek “Hoogsensitief” geen definitie, maar noemt drie aspecten die volgens haar centraal staan bij hoogsensitiviteit:

  1. Overprikkeling (door intensiteit en complexiteit van positieve en negatieve stimuli die opgemerkt worden),
  2. Sensitiviteit (dat zij omschrijft als het diepgaand verwerken van informatie) en
  3. Reactiviteit (het overspoeld raken door stimuli).

Acevedo, die baanbrekend onderzoek heeft gedaan naar de werking van hoogsensitieve hersenen, definieert SPS als volgt: “een aangeboren temperament met een grote gevoeligheid voor en responsiviteit op, omgevings- en sociale stimuli.” Zij noemt drie kenmerkende aspecten van hoogsensitieve mensen (Acevedo, 2014):

  1. De neiging om in nieuwe situaties te “stoppen om te checken” (“pause to check”);
  2. Verhoogd bewustzijn en aandacht voor subtiele signalen;
  3. Sterker beïnvloed door zowel positieve als negatieve stimuli.

Jagiellowicz (2011) voegt daar nog aan toe dat hoogsensitieve mensen ook gevoelig zijn voor prikkels die vanuit henzelf komen: dus zowel interne als externe prikkels.

Drie stadia van informatieverwerking
Opvallend is dat zowel het opmerken, verwerken als omgaan met prikkels anders is bij hoogsensitieve personen. De aangeboren eigenschap SPS heeft in de eerste plaats effect op het opmerken van stimuli. Hoogsensitieve mensen registreren meer en hebben meer aandacht voor details. Zowel signalen uit de omgeving, maar ook sociale stimuli. Bovendien merken hsp ook hun interne signalen beter op.
Tijdens het verwerken wordt diepgaand over die informatie nagedacht. De informatie wordt zorgvuldig bekeken en gecheckt, alvorens tot actie wordt overgegaan. Dat is ook zichtbaar in hersenscan: bij het uitvoeren van taken zijn meer hersengebieden tegelijkertijd actief dan bij niet-hsp (Acevedo, 2014).
Tot slot is ook in het omgaan met prikkels verschil te zien. Hoogsensitieve personen zijn meer op actie gericht én ze raken sneller overprikkeld door alle informatie. Het verwerken van informatie kost door (die intense verwerking) meer energie. Bij onvoldoende rust raken hoogsensitieve mensen dan ook overprikkeld. Ze kunnen de informatiestroom niet meer verwerken en dat leidt tot (emotionele) uitbarstingen of klachten. Overprikkeling is dus een gevolg van de eerste twee punten en is geen onlosmakelijk kenmerk van hoogsensitiviteit.

Kortom
Samenvattend zou je hoogsensitiviteit kunnen omschrijven als een aangeboren temperament met een grote gevoeligheid voor (interne en externe) stimuli en het diepgaand verwerken van en sterk reageren op deze informatie.

Temperament

Onderzoekers spreken dus van een temperament. In de psychologie wordt een eigenschap als ‘introversie’ een karaktertrek genoemd. Karaktertrekken steunen op je temperament. Een temperament is diep in onze biologische aard geworteld. Je temperament bepaalt de snelheid en intensiteit van je emotionele reacties en je stemming. Dat hoogsensitiviteit een temperament is wil dus zeggen dat de ‘bedrading’ van hoogsensitieve mensen anders is én dat dit aangeboren is.

Baby
Als hoogsensitiviteit een aangeboren eigenschap is, zijn de verschillen dan ook bij baby’s te zien? Ja, die verschillen zijn te zien. Onder andere Kagan ontdekte dat de temperamenten van baby’s verschillen.
Kagan onderzocht dit door baby’s van 4 maanden prikkels toe te dienen. Ongeveer 20% van de kinderen reageert sterk op prikkels. Zij zijn angstig en vermijden nieuwe situaties. Deze kinderen noemde hij ‘inhibited’, oftewel geremd. Ongeveer 40% van de kinderen reageert nauwelijks op nieuwe stimuli en blijft rustig. Deze groep noemt Kagan ‘uninhibited’ (Kagan, 1997).
Thomas en Chess definieerden 9 karaktertrekken waarop kinderen kunnen verschillen. Op basis daarvan zagen zij een paar groepen gedragingen. Volgens hen heeft 15% van de kinderen de neiging om zich terug te trekken in nieuwe situaties. Zij noemen dat het ‘slow-to-warm-up’-kind. 40% is volgens hen ‘makkelijk’ en 10% ‘moeilijk’. Aron (1997) liet zien dat de ‘inhibited’ en de ‘slow-to-warm-up’- kinderen een andere strategie gebruiken in het omgaan met situaties en daarom betitelt zij deze kinderen als hoogsensitief.

Nature-nurture
Uit temperamentsonderzoeken blijkt dat kinderen al bij de geboorte anders reageren op situaties. Naast de onvermijdelijke opvoedings- en omgevingsfactoren spelen dus kennelijk ook biologische factoren een rol. De onderzoeken die in dat kader relevant zijn en kunnen helpen hoogsensitiviteit beter te begrijpen zijn:

  1. Environmental sensitivity. Pluess introduceert in 2015 dit begrip om duidelijk te maken dat sensitiviteitsgenen in combinatie met de omgeving waarin een kind opgroeit, bepalen welk effect de omgeving heeft op een kind. De term is bedoeld als overkoepeling van de begrippen ‘diathese-stress’, ‘differentiele susceptibiliteit’, ‘vantage sensitivity’ (Pluess, 2015). Hij stelt dat mensen zonder sensitiviteitsgenen niet gevoelig zijn voor de specifieke omstandigheden waarin zij zich bevinden. Mensen met sensitiviteitsgenen zullen positieve effect ervaren als zij zich in positieve omstandigheden bevinden, maar ook meer last hebben van negatieve omstandigheden. Hij laat onder andere in onderzoek zien dat hoogsensitieve kinderen die goed (afgestemd) onderwijs krijgen, daar veel meer van profiteren dan kinderen zonder sensitiviteitsgenen(Pluess, 2015).
  2. Ellis en Boyce hebben naar ditzelfde fenomeen onderzoek gedaan en noemen dat “biologische sensitiviteit voor context”. Van hen is de metafoor dat hoogsensitieve kinderen als orchideeën zijn: zonder de juiste voeding, licht, water en aandacht verpieteren ze, maar als ze dit in de juiste hoeveelheden krijgen, bloeien ze prachtig en overvloedig.

Hoogsensitieve mensen hebben dus een aanleg om sterk te reageren op hun omgeving. Opgroeien in moeilijke omstandigheden beïnvloedt hen meer dan het gemiddelde kind. Maar zij profiteren ook meer van positieve omstandigheden.

Voordeel

Als je in de juiste omgeving opgroeit, kun je dus profijt hebben van de eigenschap hoogsensitiviteit, maar wat als je die gelukkige omstandigheid niet hebt? Zijn er dan ook voordelen?

Overleving
In de eerste plaats blijkt dat voordeel uit onderzoek naar temperament onder diersoorten. Iedereen die meerdere huisdieren heeft, weet dat het karakter van soortgenoten enorm kan verschillen. Wolf (2008) heeft onderzoeken onder meer dan honderd diersoorten op een rij gezet en daaruit geconcludeerd dat er twee reactiepatronen te zien zijn:

  1. De groep die niet responsief is en onafhankelijk van de omgeving vaak impulsief reageert;
  2. De responsieve groep die zijn strategie aanpast op basis van de situatie en eerst lang observeert.

Uit de onderzoeken blijkt dat de responsieve strategie meer energie kost. Maar ook meer kan opleveren; doordat de dieren voorzichtiger opereren vergroten ze hun overlevingskansen. Daarbij is het belangrijk dat slechts een klein deel van de groep deze strategie hanteert. Bij een te grote groep worden nieuwe situaties te weinig verkend en dat is voor de overleving van de soort negatief.

Een kleine groep responsieve dieren is dus belangrijk voor het voortbestaan van de soort.

Betere prestaties
Er zijn meer voordelen. Hoogsensitieve mensen blijken accurater in het uitvoeren van  bepaalde taken dan niet-hoogsensitieve mensen. Dit bleek uit het onderzoek van Jagiellowicz. Zij liet mensen in een MRI-scanner kijken naar foto’s van landschappen die al dan niet subtiel veranderd waren (Jagiellowicz, 2011). Hoogsensitieve mensen konden beter aangeven of er een verschil was tussen landschapsfoto’s. Ook in het onderzoek van Gerstenberg (2012) bleken hoogsensitieve mensen beter te presteren. Zij reageerden sneller en accurater op de vraag of in het gegeven plaatje een “T” werd weergegeven. Uit vervolgonderzoek van Jagiellowicz (2012) bleek daarnaast dat de responstijd bij emotionele stimuli ook sneller was. Daarnaast bleken hoogsensitieve personen uit het hersenonderzoek van Acevedo (2014) sterker te reageren op emotionele stimuli.

Sprint of marathon
De betere focus, hogere scores en snellere reactie hebben wel hun weerslag. Hoogsensitieve personen zijn na het uitvoeren van een taak meer gestressed dan niet-hsp (Gerstenberg, 2012). Zij hebben meer tijd nodig om te herstellen. Het lijkt een beetje op de prestaties van sprinters. Ze geven in korte tijd alles, maar daarna is het op. Door hun grote verantwoordelijkheidsgevoel vragen hoogsensitieve mensen echter vaak marathonprestaties van zichzelf. Hun manier van denken is echter niet lang vol te houden. Dat vraagt teveel van het systeem. Als hsp zichzelf geen rust gunnen, kunnen ze uiteindelijk niet meer leveren waar ze goed in zijn. Net als een sprinter die probeert dezelfde tijden op een 400 meter neer te zetten.

Groot inlevingsvermogen
Doordat hoogsensitieve mensen meer signalen oppikken, hebben ze over het algemeen meer oog voor de stemming van anderen en de sfeer in de groep. In het onderzoek van Acevedo (2014) is dit ook nog eens op een andere manier aangetoond. Zij bekeek de hersenactiviteit van hoogsensitieve mensen als zij naar foto’s met gezichtsuitdrukkingen keken en vergeleek die met scans van niet-hoogsensitieve mensen. Uit haar analyses blijkt dat de hersengebieden waar zich spiegelneuronen bevinden sterker geactiveerd worden (dat is met name in het zogenaamde Inferior Frontal Gyrus (IFG) en de insula).

Spiegelneuronen zetten in onze hersenen dezelfde processen in werking als we iemand ánders iets zien doen, dan als we het zelf doen. Zien lopen activeert dus dezelfde gebieden als zelf lopen. Zien huilen, dezelfde als zelf huilen. Daardoor kunnen we heel snel en intuïtief de emoties en bedoelingen van anderen aanvoelen. Bij hoogsensitieve mensen worden de spiegelneuronen sterker geactiveerd. Hierdoor zijn hoogsensitieve mensen meer afgestemd op (onder andere) de stemming van anderen dan niet-hoogsensitieve mensen. Bovendien bereiden HSP direct een actie voor. Dat blijkt volgens Acevedo uit de activatie van de VTA (Ventral Tegmental Area) en de DLPFC. Deze gebieden doordenken acties intensief en cognitief. Het centrale kenmerk van hoogsensitiviteit – intense verwerking – is dus in de hersenscans aangetoond.

Concreet

Hoogsensitiviteit is dus een temperament. Een aangeboren strategie om alerter te zijn op signalen uit de omgeving en de informatie diepgaand te verwerken. Deze strategie leidt tot ander gedrag dan mensen die niet hoogsensitief zijn. Samenvattend: hoogsensitieve mensen…

  1. Zijn zich meer bewust van de prikkels uit hun omgeving
    • Daardoor opmerkzamer
      • registreren spanningen in een groep;
      • zien details;
      • hebben gevoeliger zintuigen;
      • signaleren gevaar sneller;
      • zien wat anderen niet opvalt;
    • Zijn zorgvuldiger in het uitvoeren van taken;
    • Zijn sterk gericht op sociale signalen
    • Raken snel overprikkeld.
  2. Verwerken informatie diepgaand
    • Overzien de context van de situatie;
    • Kunnen hun aanpak afstemmen op de situatie;
      • Zijn responsief en creatief in het bedenken van oplossingen;
      • Houden rekening met anderen;
    • Blijven (te lang) zoeken naar de beste optie voor die context
      • Risico op piekeren;
      • Risico op besluiteloosheid;
      • Risico op faalangst;
    • Hebben meer hersteltijd nodig
      • Zorg voor henzelf minder groot dan voor anderen;
      • Daardoor gevoeliger voor stress en burn-out.

Profijt
Door beter te begrijpen wat de eigenschap inhoudt en hoe je die inzet, kan de persoon zelf en de maatschappij veel profijt hebben van dit prachtige temperament.

 

Verwijzingen:

Aron, A., Ketay, S., Hedden, R., Aron, E. N., Markus, H. R., & Gabrieli, J. D. E. (2010). Temperament trait of sensory processing sensitivity moderates cultural differences in neural response. Social Cognitive and Affective Neuroscience, 5, 219–226.

Aron, E. N., & Aron, A. (1997). Sensory-processing sensitivity and its relation to introversion and emotionality. Journal of Personality and Social Psychology, 73, 345–368.

Acevedo, B. P., Aron, E. N., Aron, A., Sangster, M.-D., Collins, N. and Brown, L. L. (2014), The highly sensitive brain: an fMRI study of sensory processing sensitivity and response to others’ emotions. Brain Behav, 4: 580–594. doi:10.1002/brb3.242

Assary, E. en Pluess, M. (2017), Differential Susceptibility in Minority Children: Individual Differences in Environmental Sensitivity. In: Cabrera, Natasha J., Leyendecker, Birgit (Eds.), Handbook on Positive Development of Minority Children and Youth, Springer.

Benham (2006),  The Highly Sensitive Person: Stress and physical symptom reports,  Personality and Individual Differences 40 (2006) 1433–1440

Gerstenberg, F., (2012), Sensory-processing sensitivity predicts performance on a visual search task followed by an increase in perceived stress, Personality and Individual Differences 53 (2012) 496–500

Hoof, E. van, (2016), Hoogsensitief, Lannoo, Campus.

Jagiellowicz, J., Xu, X., Aron, A,  Aron, E. Cao, G., Feng, T. and Weng, X, (2011), The trait of sensory processing sensitivity and neural responses to changes in visual scenes, In: Social Cognitive and Affective Neuroscience, 6(1):38-47.

Jagiellowicz, J. (2012), The relationship between the temperament trait of sensory processing sensitivity and emotional reactivity. Doctoral Dissertation at Stony Brook University, New York.

Kagan, J., (1997),  Temperament and the Reactions to Unfamiliarity,  Child Development, February 1997, Volume 68, Number 1, Pages 139-143

Pluess, M. en Belsky, J., (2013), Vantage sensitivity: Individual Differences in Response to Positieve Experiences, Psychological Bulletin, 2013, vol 139, n4, 901-916.

Pluess, M. (2015), Individual Differences in Environmental Sensitivity, Child Development Perspectives, 9, 138-143.

Schwartz, C. et.al, (2003),  Inhibited and Uninhibited Infants “Grown Up”: Adult Amygdalar Response to Novelty, Science 300 (5627), 1952-1953.

Wolf et al. (2008), Evolutionary emergence of responsive and unresponsive personalities, PNAS, vol. 105,no. 41, 15829.